Colomé 1831 wat een sublieme wijn

Onlangs had ik de gelegenheid om mijn hand te leggen op een Colomé 1831, een sublieme wijn. En dat ook nog van de oudste wijngaard van Argentinië. En dat vind ik toch wel een bijzonder verhaal welke ik graag wil delen.

Colomé gelegen in Calchaqui Valley

Colomé 1831 een sublieme wijn

Bodega Colomé is gelegen in de noordelijke regio Cafayete, paar uur rijden te noorden van Salta. Het omvat vandaag de dag vier wijngaarden in Calchaqui Valley. De regio Cafayete is bekend om haar woestijn klimaat met weinig regenval en lage luchtvochtigheid.  De regio ligt op 26 graden zuiderbreedte en komt daarmee overeen met de ligging van bijvoorbeeld Kalahari woestijn in Afrika.

Echter vanwege de ligging op 1.700m hoogte, worden druiven blootgesteld aan meer intens zonlicht. Vooral druivensoorten met een dikke schil gedijen beter, die zich zo beter beschermen tegen de felle UV stralen. Maar die hoogte betekent ook dat de nachten koud zijn. Welke versterkt wordt door de westenwind die van de besneeuwde Andes toppen komt. Hierdoor daalt de nacht temperatuur makkelijk met 15 graden. En juist deze temperatuur verschillen (diurnal range genaamd) verlengen het groei seizoen voor druiven en brengt meer balans in de wijn. Het terroir van Cafayete is uitermate geschikt voor de torrontes druif. Dit is een frisse witte wijn met een onverwachte uitgesproken lange smaak. Maar ook rijke wijnen met volle body van malbec en cabernet sauvignon komen hier vandaan.

Colomé, de oudste wijngaard van Argentinië

De wijngaarden van Colomé liggen op aanzienlijke hoogte; respectievelijk 1.750m (La Brava), 2.300m (Colomé), 2.700m (El Arenal) en 3.111m (Altura Máxima). De Altura Maxima is tevens de hoogstgelegen wijngaard van Argentinië en één van de hoogste ter wereld is). De wijnmakerij zelf ligt bij de wijngaard Colomé.  Door deze hoge ligging loopt de diurnal range zelfs op naar 20 graden! De wijngaarden worden op biodynamisch wijze bewerkt. Waarbij men rendement bewust laag houdt om een optimale intens fruitige expressie te krijgen. Door de hoogte behouden druiven hun levendige zuurgraad. Al deze factoren dragen bij aan een zeer uitgebalanceerde wijn met volle body.

De Bodega is opgericht in 1831, waarschijnlijk door de Spaanse gouverneur van Salta. In 1854 bracht de dochter van de gouverneur de eerste Franse Malbec en Cabernet Sauvignon wijnstokken naar Colomé. Deze stokken waren nog niet getroffen door de Phylloxera uitbraak in Europa. Deze druivenstokken komen oorspronkelijk respectievelijk uit de Cahors en Bordeaux. Druiven uit drie wijngaarden, aangeplant in dat jaar, worden nog steeds gebruikt bij de productie van Colomé Reserva wijnen! De bodega behoorde tot de Isasmendi-Dávalos families voor 170 jaar. Nadat Donald Hess in 1998 de regio bezocht, raakte hij geïnspireerd door het klimaat en terroir. In 2001 kocht hij Bodega Colomé.

De betrokkenheid van Hess gaat verder dan alleen wijn maken. Mede gelet op de afgelegen ligging, gaat de sociale verantwoordelijkheid verder dan gebruikelijk. De Hess familie heeft ook bijgedragen aan het bouwen van het gemeenschapscentrum en kerk, Maar ook aan verbetering van onderwijs en huisvesting van de lokale bevolking. Tegenwoordig is de Bodega de bron van inkomsten voor de dorpsbewoners.

Colomé 1831 Malbec 2015

De Colomé wijngaard is organisch en biodynamisch gecertificeerd. Organisch wijnbeheer houdt in dat er geen gebruik wordt gemaakt kunstmest en andere chemische pesticiden. Terwijl biodynamisch nog een stap verder gaat dan biologisch; het houdt rekening met het totaal concept van wereld en leven, van wisselwerking tussen grond en atmosfeer. Op deze 75ha wijngaard staan verschillende druiven rassen aangeplant; malbec, cabernet sauvignon, tannat, petit verdot, syrah, bonarda en natuurlijk torrontes.

De bodem bestaat uit alluviale, zandige leemgronden met grind en enkele rotsen die grote thermische geleiders zijn. Het is een arme bodem met lage voedings- en organische concentraties.

Colome 1831 een sublieme wijn

De wijn is diep paars, bijna zwart van kleur. Die donkere kleur is zo typerend voor een malbec. De neus is bovengemiddeld intens met een geur van rijp zwart fruit, cassis en een vleugje cederhout en laurier. Het is een droge wijn, met gemiddelde tannine en zuurgraad. Alcohol is hoog en smaak intensiteit en body zijn ook bovengemiddeld. Het palet van rijp zwart fruit en laurier wisselt af met natte alluviaal steen en tabak van de rijping op fles.

Conclusie van deze sublieme Colomé 1831

De wijn is fantastisch in balans, het hogere alcohol (15%!!) merk je nagenoeg niet. Zuurgraad en fruit houden elkaar mooi in evenwicht. De verschillende lagen van fruitigheid, hout- en flesrijping zijn subliem. De afdronk is erg lang en plezierig.

Colomé 1831, wat een sublieme wijn! Heerlijk van genoten samen met een lekkere steak. Maar ook het verhaal achter deze wijn is bijzonder. Ik zeg “Proost!”.

Hoe en wat proeven we?

Hoe proeven we?

In de voorgaande blogs is het steeds gegaan over hoe wijn smaakt. Maar wat bepaalt smaak nu eigenlijk? Je proeft met smaakpapillen. Er zitten wel 10.000 papillen in je mond, waarvan de meeste op de tong. Er zijn vier basis smaken die men kan proeven; zout, zuur, zoet en bitter. Nu hoor je de laatste tijd steeds vaker dat er een vijfde smaak is; umami. Umami is het Japanse woord voor hartig of heerlijkheid.

Wat zijn eigenlijk smaken?

Smaak laat je genieten van eten en drinken. Wanneer je een stof in de mond neemt ontstaat er een chemische reactie  tussen de stof en de smaakpapillen. Deze reactie heet sensatie.

Elke smaakpapil bestaat uit honderden smaakgevoelige cellen die het signaal van smaak doorgeven aan de hersenen. Smaken zijn alleen waarneembaar wanneer deze zijn opgelost in speeksel. Dus wanneer de mond meer speeksel produceert, helpt dit bij het proeven en onderscheiden van smaken.

De vijf basis smaken

Smaken houden verband met typen voedsel/drank waar het lichaam op reageert. Elke smaak laat de papillen reageren om een sensatie teweeg te brengen. Zoetheid helpt ons energierijk voedsel te identificeren. Een bittere smaak fungeert als waarschuwing dat iets giftig kan zijn. Umami daarentegen geeft een signaal af van eiwitrijk eten. Iedere smaakpapil op de tong kan iedere smaak registreren, maar bij wijn proeven hanteren we vooral het volgende overzicht;

Smaak papillen
  • Vooraan op de tong de zoetheid (speeksel wordt dikker)
  • Zijkant-vooraan overwegend zout (maakt smaken sterker)
  • Zijkant-achteraan overwegend zuur (maakt speeksel dunner)
  • Achterop de tong bitterheid (geeft een droger mondgevoel)
  • Umami bevindt zich op de gehele tong
  • En laten we tannine niet vergeten, dit kenmerkt zich door de bitterheid op het tandvlees

Leuk detail is dat smaakpapillen ook op je gehemelte zit, welke belangrijk zijn voor de nasmaak. Bij het slikken duw je namelijk je tong tegen je gehemelte aan. Dit drukt de smaakstoffen tegen deze papillen waardoor de smaken extra worden benadrukt.

Ook het reukvermogen heeft een invloed op smaak, omdat de neusholte inwendig verbonden is met de mond. Wanneer je proeft, zullen de meeste mensen eerst ruiken aan de wijn. Hierdoor onderscheid je de eerste geuren. Wanneer je vervolgens de wijn in de mond neemt, worden de aroma’s voor de tweede keer waargenomen. Maar de perceptie is anders, omdat de vloeistof in de mond warmer wordt. Ook omdat de enzymen in ons speeksel het aromaprofiel van de wijn kan beïnvloeden. Omdat neus en mond zo verweven zijn, hebben externe factoren grote invloeden op ons reuk- en smaakvermogen. Wanneer iemand verkouden is of een allergische aanval heeft, zal je bemerken dat zowel je reuk- als je smaakvermogen drastisch vermindert.

Wat proef ik in wijn?

Maar hoe zit het dan met wijn en smaken? Waarom smaakt de ene wijn fruitig en de andere wijn juist niet? Nu, dit heeft diverse oorzaken. De druif die wordt gebruikt (bijvoorbeeld een torrontes is bijzonder “bloemig” daar waar een chardonnay heel “steels” is). De ene druif heeft veel profijt van wijnmaak techniek (zoals de chardonnay) daar waar de andere wijn voor zichzelf spreekt (zoals de torrontes dus).

Zoals gezegd de wijnmaak techniek heeft hier ook een invloed op. Wijnmaak technieken moet je denken aan malolactische vergisting; MLF (omzetten van zure appelzuren naar melkzuren), rijping op vat of stalen tanks (het eerste geeft smaakstoffen af, daar waar staal vanzelfsprekend geen additionele smaken afgeeft), of het laten liggen op lie (de wijn in contact laten met dode gistcellen). En zo zijn er nog vele andere invloeden.

Ook is de geografische ligging (zowel breedtegraad als hoogte) van groot belang. Net als het terroir (de bodem) en de klimatologische omstandigheden. Een pinot noir uit de Bourgogne (koel klimaat) zal heel anders smaken dan één uit Yarra Valley Australië (warm klimaat) deze neigen naar meer door ontwikkeld (gestoofd) fruit.

Conclusie

Is er dan een vuistregel hoe wijn kan smaken? Nou de conclusie is dus; eigenlijk niet. In een volgend blog zal ik verder ingaan op hoe je nu wijn kan proeven (ja er is meer tussen hemel en aarde dan alleen de wijn doorslikken…). En ook een aantal opties hoe wijn en eten elkaar kunnen versterken.